De mythe in het kort
De Odyssee van Homerus behoort tot de oudste verhalen uit de westerse literatuur en vertelt ogenschijnlijk het verhaal van een man die na de Trojaanse Oorlog eindelijk naar huis wil. Odysseus, koning van het eiland Ithaka, verlangt ernaar zijn vrouw Penelope, zijn zoon Telemachos en zijn koninkrijk terug te zien. Wat een reis van enkele weken had moeten zijn, verandert echter in een zwerftocht van tien jaar. Onderweg trotseert hij stormen, monsters, goden, verleidingen en oorlogen. Hij ontmoet de Cycloop, ontsnapt aan de Sirenen, verblijft bij de tovenares Circe, daalt af naar de onderwereld en wordt jarenlang vastgehouden door de nimf Calypso. Wanneer hij uiteindelijk thuiskomt, blijkt zelfs zijn eigen huis niet meer werkelijk van hem te zijn. Zijn paleis is ingenomen door vrijers die zijn vrouw proberen te verleiden en zijn bezit hebben toegeëigend. Zelfs de mensen die hem lief zijn, herkennen hem aanvankelijk niet.
Op het eerste gezicht lijkt de Odyssee daarmee een avonturenverhaal over een held die na veel omzwervingen eindelijk weer thuiskomt. Maar wie dieper kijkt, ontdekt dat Homerus misschien wel een van de meest tijdloze beschrijvingen heeft geschreven van de menselijke ontwikkeling. De reis van Odysseus gaat uiteindelijk niet over geografie, maar over psychologie. Niet over de afstand tussen Troje en Ithaka, maar over de afstand tussen wie wij denken te zijn en wie wij werkelijk zijn.
Het huis verlaten
Vrijwel iedere grote mythe en spirituele traditie kent hetzelfde motief: Boeddha verlaat zijn paleis. Parsifal trekt het bos uit. Mozes verlaat Egypte. In talloze sprookjes verlaat de jongste zoon het ouderlijk huis om de wereld in te trekken. Deze verhalen laten steeds opnieuw zien dat ontwikkeling begint wanneer we het bekende verlaten.
Psychologisch staat het ouderlijk huis (letterlijk of een symbool daarvoor) namelijk niet alleen voor een fysieke plek. Het vertegenwoordigt alles wat ons heeft gevormd: onze opvoeding, overtuigingen, loyaliteiten, veiligheid en identiteit. Zolang we uitsluitend leven vanuit wat we hebben meegekregen, kunnen we onszelf nauwelijks leren kennen. We leven dan vooral vanuit aanpassing. Carl Gustav Jung beschreef dit als het verschil tussen de persoonlijkheid die zich heeft aangepast aan de omgeving en de diepere kern van de mens, die hij het Zelf noemde. Individuatie -het proces waarin een mens werkelijk zichzelf wordt - vraagt daarom bijna altijd om een symbolisch vertrek uit huis. Niet omdat onze oorsprong verkeerd is, maar omdat we anders nooit ontdekken wie we zijn zonder haar.
Noodgedwongen veranderen
Dat vertrek voelt zelden vrijwillig. Soms kiezen mensen er bewust voor. Vaker dwingt het leven hen. Een relatie eindigt. Een ouder overlijdt. Er ontstaat ziekte, verlies of een burn-out. Een kind wordt geboren. Een carrière loopt anders dan verwacht. Ineens blijkt het oude leven niet meer te passen. Vrijwel iedereen kent zulke momenten waarop het vertrouwde wegvalt. Achteraf blijken juist die periodes vaak de deur te zijn geweest naar een diepere ontwikkeling.
Opvallend genoeg verloopt de reis van Odysseus niet volgens een rechte lijn. Hij verdwaalt voortdurend. Hij maakt fouten, neemt verkeerde beslissingen en wordt keer op keer teruggeworpen. Vanuit modern perspectief lijkt dat inefficiënt. Vanuit de psychologie is het juist essentieel. Ons ego verlangt naar controle en voorspelbaarheid. De ziel ontwikkelt zich echter niet lineair. Zij groeit juist door confrontatie met datgene wat we niet hadden voorzien.
De psyche en haar monsters
Daarom zijn de monsters uit de Odyssee veel meer dan fantasiewezens. Vanuit de bril van dieptepsychologie vertegenwoordigen zij innerlijke krachten die ieder mens in zichzelf ontmoet.
De Cycloop is daarvan misschien wel een opvallend voorbeeld. Deze reus bezit slechts één oog. Hij ziet de werkelijkheid vanuit één perspectief en duldt geen andere waarheid. Jung zou wellicht zeggen dat hij symbool staat voor een deel van de psyche dat gevangen zit in eenzijdigheid. We herkennen dit in dogmatisch denken, starheid, narcisme of trauma, waarbij iemand nog maar vanuit één werkelijkheid kan kijken. Vrijwel iedereen ontmoet ooit een Cycloop. Soms in de vorm van een ander mens, maar vaak ook in zichzelf. Iedere keer dat wij denken dat uitsluitend onze interpretatie klopt, kijken wij heel even met één oog.
Zelf herken ik hem sterk op momenten dat ik (onbewust) bang ben voor verlies van verbinding. Meestal wanneer ik mijn behoefte of gevoel uitspreek en de ander raakt daarvan getriggerd: ik probeer de ander te begrijpen en in zijn of haar taal te overtuigen van mijn goede bedoelingen, de reden waarom ik het vraag en de gezamenlijke mogelijkheden in de kwestie. Meestal zie ik talrijke kansen voor ons allebei en begrijp ik de trigger van de ander niet écht. Klinkt vrij nuchter en misschien wel enigzins flexibel maar het is een vernauwing van mijn eigen bewustzijn: Ik heb geen contact meer met mijn eigen gevoel van bang en kwetsbaar, alleen nog met mijn doel. Dat doel is meestal escalatie voorkomen én mezelf zijn. In de volksmond heet dat manipulatie. In mijn geschiedenis leerde ik dit gedrag al heel jong.
In mijn praktijk zie ik het terugkomen in bijna elke relatie: Het klinkt bijvoorbeeld als deze bekende gedachte: "Ik zeg maar niets want anders..." maar er zijn talloze voorbeelden van de Cycloop.
Verleiding is menselijk
Ook de Sirenen zijn psychologisch verrassend actueel. Hun gezang is zo onweerstaanbaar dat iedere zeeman die hen hoort, zijn schip te pletter laat slaan op de rotsen. Opmerkelijk genoeg probeert Odysseus zichzelf niet wijs te maken dat hij immuun is voor hun verleiding. Hij laat zich juist vastbinden aan de mast van zijn schip en geeft zijn bemanning opdracht hem niet los te maken, hoe hard hij ook zal smeken.
Dat beeld raakt aan een diep psychologisch inzicht. Volwassenheid betekent niet dat verleidingen verdwijnen. Ze betekent dat je jezelf zo goed leert kennen dat je maatregelen neemt vóórdat je door je impulsen wordt meegesleept. De mens die zichzelf kent, vertrouwt niet blind op zijn wilskracht. Hij organiseert zijn leven zó dat hij zijn eigen kwetsbaarheden kan dragen.
Driften hebben bewustzijn nodig
De tovenares Circe verandert mannen in dieren. Ook dit beeld is veelzeggend. Wanneer mensen uitsluitend leven vanuit instinct, verlangen of macht, verliezen zij een deel van hun menselijkheid. Pas wanneer bewustzijn zich verbindt met onze driften ontstaat er vrijheid. Niet door onze instincten te onderdrukken, maar door ze te integreren.
Waarachtig leven
Nog indrukwekkender is de ontmoeting met Calypso. Zij biedt Odysseus iets waar vrijwel ieder mens van droomt: eeuwige jeugd, onsterfelijkheid en een leven zonder zorgen. Hij hoeft nooit meer te vechten of te verliezen. Toch wijst hij haar aanbod af. Hij kiest voor een eindig mensenleven boven een comfortabele eeuwigheid.
Dat lijkt misschien vreemd, maar juist hierin schuilt een diep existentiële wijsheid. Een leven zonder kwetsbaarheid is geen werkelijk leven. Liefde krijgt betekenis doordat zij verloren kan gaan. Moed bestaat alleen waar angst mogelijk is. Sterfelijkheid maakt het leven kostbaar. Psychologisch betekent volwassenheid dat we niet langer kiezen voor de meest comfortabele werkelijkheid, maar voor de meest ware.
Terwijl ik de woorden herlees ervaar ik ook mijn eigen verlangen naar Calypso: Het streven naar de 7e hemel reist al zolang ik me kan herinneren met me mee. Ik grijns bij de gedachte aan mijn leermeester Piet Weisvelt. Het is dankzij zijn monnikengeduld en nog wat ingrediënten, dat ik leerde beseffen dat ik mezelf, en alles wat geleefd wil worden, niet moet willen vermijden. Ja zeggen tegen het leven buiten mijn comfortzone is een Goden karwei. Jij?
Onderwereld als poort
Halverwege zijn reis daalt Odysseus af naar de onderwereld. Opnieuw is hij daarin niet uniek. Vrijwel iedere grote held uit de mythologie maakt ooit een afdaling naar de wereld van de doden. Ook Dante, Orpheus, Inanna en zelfs Christus kennen deze beweging. En om nogmaals Jung aan te halen: hij zag hierin een universeel beeld voor de confrontatie met het (collectieve) onbewuste.
Niemand leert zichzelf werkelijk kennen zonder ooit oog in oog te staan met zijn eigen angst, schaamte, verdriet en verlies. De onderwereld bestaat daarom niet alleen uit overleden mensen. Zij bestaat ook uit de gestorven delen van onszelf: de dromen die nooit zijn uitgekomen, de pijn die we hebben weggestopt, het gekwetste kind dat nog steeds wacht om gezien te worden. Pas wanneer Odysseus deze wereld betreedt, ontvangt hij de wijsheid die nodig is om zijn reis te vervolgen.
* Ik weet niet hoe jij het ervaart maar ik kom iedere keer weer een nieuwe laag angst, schaamte en schuld tegen. Het is dat ik steeds beter leer voelen wanneer ik snel weer de vluchtroute neem want ik voel me in die regionen alles behalve een held. In tegendeel: iedere (meestal onvrijwillige) afdaling naar beneden kom ik in ervaringen die me soms spreekwoordelijk vloeren. Het is mijn neiging dan snel 'iets praktisch' te gaan doen of naar een handelingsperspectief te zoeken waardoor ik hier wegkan. Soms is dat natuurlijk ook echt nodig maar veel vaker vraagt het me eigenlijk eens écht om me heen te kijken en aan het donker te wennen. Iets waar elke psycholoog, psychiater, therapeut en begeleider zelf ook hulp bij nodig heeft. In het donker weet heeft namelijk ieder mens een ander mens nodig om bij te schijnen.
Laatste beproeving
Wanneer hij uiteindelijk Ithaka bereikt, blijkt thuiskomen veel ingewikkelder dan verwacht. Hij wordt niet onmiddellijk herkend. Zelfs zijn vrouw Penelope twijfelt of deze man werkelijk haar echtgenoot is. Dat is misschien wel een van de mooiste psychologische beelden uit de hele mythe.
Werkelijke verandering is vaak nauwelijks zichtbaar aan de buitenkant. Mensen kunnen er hetzelfde uitzien, hetzelfde werk doen en in hetzelfde huis wonen, terwijl hun innerlijke wereld volledig is veranderd. Andersom kunnen mensen een nieuw huis, een nieuwe partner of een andere baan hebben en toch precies dezelfde patronen blijven herhalen. Thuiskomen betekent daarom niet dat de omstandigheden hetzelfde zijn gebleven. Thuiskomen betekent dat degene die terugkeert niet meer dezelfde mens is als degene die ooit vertrok.
Mannelijk en vrouwelijk principe
Vanuit de Jungiaanse psychologie krijgt ook Penelope een diepere betekenis. Zij vertegenwoordigt niet alleen de trouwe echtgenote, maar ook de innerlijke vrouwelijke ziel - de anima- die wacht totdat het mannelijke bewustzijn voldoende gerijpt is om werkelijk verbinding aan te gaan. Zij laat zich niet overtuigen door woorden. Eerst moet blijken of Odysseus werkelijk veranderd is.
In veel relaties herkennen we dit proces. Mensen hopen soms dat de ander na een moeilijke periode weer “de oude” wordt. Maar echte ontwikkeling werkt anders. Wie werkelijk groeit, keert nooit terug als dezelfde persoon. Hij of zij komt terug met meer wijsheid, meer zachtheid, meer zelfkennis en vaak ook meer nederigheid.
Dit is ook wat vaak in partnerrelaties gebeurd wanner de één het pad van zelfontwikkeling op gaat of wanneer een vertrouwensbreuk of andere grote eruptie speelt: beide partners hebben te zoeken naar de nieuwe versie van hun liefde. Vaak is dat een gezamenlijke Odyssee.
Juist daarom is de Odyssee uiteindelijk geen verhaal over reizen, maar over transformatie. De reis verandert de wereld niet; zij verandert de reiziger(s).
Worden wie je bent
Misschien is dat ook de reden waarom dit verhaal na bijna drieduizend jaar nog steeds zo herkenbaar voelt. Ieder mens verlaat ooit zijn veilige thuis. Soms letterlijk, soms psychologisch. Ieder mens verdwaalt onderweg. We verliezen geliefden, idealen, zekerheden en soms zelfs onszelf. We ontmoeten onze eigen monsters, onze eigen verleidingen en onze eigen onderwereld. En ergens onderweg ontdekken we dat thuiskomen niet betekent dat alles weer wordt zoals vroeger.
Het betekent dat wijzelf eindelijk zijn geworden wie we altijd al konden zijn.
Dat is een diepe betekenis van de Odyssee. Ithaka was nooit alleen een eiland. Ithaka is een innerlijke bestemming. De reis was nooit bedoeld om de held terug te brengen naar zijn oude leven. Zij was bedoeld om hem thuis te brengen in zichzelf. Misschien geldt dat uiteindelijk ook voor ons allemaal. Iedere omweg, iedere crisis en iedere ontmoeting vormen geen onderbreking van onze levensweg, maar zijn er juist een wezenlijk onderdeel van. Want pas wanneer we bereid zijn het bekende los te laten, kan de lange weg naar huis beginnen.
Nooit klaar
'De reis is nooit klaar' hoor je weleens klinken. In principe ben ik het daar mee eens. Het is nooit één reis de je maakt maar in elke levensfase en bij elke grote gebeurtenis reis je weer af.
Het klopt dat zelfverbetering op zichzelf geen Odyssee is. Denk aan de Cycloop: hij kan je doen geloven dat als je maar hard genoeg aan jezelf werkt, het allemaal wel goed komt. Ik spreek uit ervaring.; het helpt met kennis verzamelen maar werkt niet als reis..
Het is evenzo waar dat zelfverbetering op zichzelf soms een noodzaak is zoals Odysseus zich liet vastbinden om zichzelf en zijn bemanning niet te pletter te laten slaan in verleiding en bedwelming. Ook de tovenares Circe zal je soms zeggen dat je juist wat actiever mag zelfverbeteren als je niet in een dier wil veranderen.
Hoe dan ook lijkt het leven je altijd omstandigheden te geven waardoor je écht de reis kunt aangaan. "Zonder garanties overigens" hoor ik zo ergens naast me fluisteren.
Ja, zonder garanties, Behalve dan dat we, hoe lang het ook duurt, niet ontkomen aan onszelf. ,
~ Verantwoording
Belangrijk voor mij om te vermelden is dat er niet één “juiste” interpretatie van de Odyssee bestaat. De betekenis die ik beschrijf is een synthese van verschillende disciplines die elkaar op verrassende wijze overlappen. Ik zal ze hieronder uiteenrafelen.
1. De mythe zelf
Allereerst is er natuurlijk de tekst van Homerus. Op letterlijk niveau vertelt de Odyssee het verhaal van een koning die na de Trojaanse Oorlog tien jaar nodig heeft om thuis te komen. Maar mythen zijn nooit alleen historische of literaire verhalen. Zij zijn symbolische verhalen. Vrijwel alle mythologen zijn het erover eens dat mythen spreken in beelden die verwijzen naar universele menselijke ervaringen.
Dat betekent dat de Cycloop niet alleen een reus is, maar ook een symbool kan zijn. Dat de onderwereld niet alleen een plaats is, maar ook een innerlijke werkelijkheid. Dat Ithaka meer kan zijn dan een eiland.
Die manier van lezen heet een symbolische of hermeneutische interpretatie.
2. Jung en de analytische psychologie
Het grootste deel van de psychologische duiding komt uit het werk van Carl Gustav Jung.
Jung ontdekte dat mensen overal ter wereld dezelfde verhalen, dromen en symbolen voortbrengen. Volgens hem komen die voort uit wat hij het collectieve onbewuste noemt: een laag van de psyche waarin universele patronen (archetypen ) aanwezig zijn.
De held is zo’n archetype.
De wijze oude man.
De schaduw.
De anima.
De onderwereld.
De reis.
Ze keren steeds terug, in Griekse mythen, sprookjes, religies en dromen.
Vanuit Jung wordt de Odyssee daarom gelezen als een proces van individuatie: de lange weg waarop de mens steeds meer wordt wie hij in wezen is.
Belangrijk om erbij te zeggen is dat Jung zelf relatief weinig uitvoerig over de Odyssee heeft geschreven. De toepassing van zijn theorie op Homerus is vooral uitgewerkt door latere Jungiaanse auteurs zoals Erich Neumann, James Hillman en Edward Edinger.
3. Joseph Campbell
Misschien herken je tijdens het lezen ook de structuur van de Heldenreis.
Die komt grotendeels van Joseph Campbell.
Campbell onderzocht honderden mythen uit vrijwel alle culturen en ontdekte dat ze een opvallend vergelijkbare opbouw hebben.
De held wordt geroepen.
Hij verlaat huis.
Hij ontmoet bondgenoten en monsters.
Hij daalt af.
Hij sterft symbolisch.
Hij keert terug met wijsheid.
Dat patroon noemde hij de monomythe.
De Odyssee is één van zijn belangrijkste voorbeelden.
4. De geschiedenis van religies
Daarna komt een laag die mij persoonlijk enorm fascineert.
Wanneer je de Odyssee naast andere religieuze verhalen legt, zie je dat hetzelfde patroon telkens terugkeert.
Boeddha verlaat zijn paleis.
Mozes verlaat Egypte.
Abraham verlaat zijn land.
Jezus trekt de woestijn in.
Mohammed trekt zich terug op de berg Hira.
Inanna daalt af naar de onderwereld.
Parsifal verlaat zijn moeder.
Zelfs in sprookjes gebeurt hetzelfde.
Waarom?
Omdat oude tradities ontwikkeling niet zagen als kennis verzamelen, maar als initiatie.
Je moest sterven aan iets ouds voordat iets nieuws geboren kon worden.
5. Psychologie
Ook buiten Jung herkennen veel psychologen dit patroon.
Ontwikkelingspsychologen zoals Erik Erikson beschrijven hoe iedere levensfase vraagt om het loslaten van een eerdere identiteit. In de existentieel-humanistische psychologie, bijvoorbeeld bij Rollo May en Viktor Frankl, krijgt lijden betekenis als een bron van groei. Traumaonderzoek laat bovendien zien dat sommige mensen na ingrijpende gebeurtenissen niet alleen herstellen, maar ook een diepere waardering voor het leven ontwikkelen, een verschijnsel dat bekendstaat als posttraumatische groei. Dat betekent niet dat trauma noodzakelijk of goed is; wel dat mensen soms betekenis en ontwikkeling vinden in wat hen is overkomen.
6. Mystieke tradities
De laatste laag is misschien wel de meest contemplatieve.
Wanneer ik schrijf dat Odysseus uiteindelijk niet alleen naar Ithaka terugkeert, maar naar zichzelf, sluit dat aan bij een motief dat in veel mystieke tradities voorkomt.
In de Upanishads verlaat de ziel ogenschijnlijk haar bron om uiteindelijk te ontdekken dat zij nooit werkelijk gescheiden is geweest.
In de gnostiek daalt de goddelijke vonk af in de wereld om zich haar oorsprong te herinneren.
In de Kabbala daalt de ziel af om door ervaring te rijpen.
In het soefisme verlangt de mens terug naar de Geliefde.
Het gaat steeds om dezelfde beweging.
Niet omdat die tradities elkaar letterlijk hebben gekopieerd.
Maar omdat zij allemaal proberen woorden te geven aan dezelfde menselijke ervaring.
Waar begint interpretatie?
Dat is misschien wel een belangrijke vraag.
Er bestaat geen wetenschappelijk bewijs dat Homerus de Cycloop bedoelde als narcisme, of Penelope als de anima. Dat zou een anachronistische projectie zijn. Wat wél verantwoord is, is te zeggen dat latere psychologen, mythologen en filosofen deze figuren op die manier hebben gelezen omdat de symbolen zulke interpretaties dragen.
Met andere woorden: er is een verschil tussen de oorspronkelijke bedoeling van Homerus en de betekenis die het verhaal in de loop van bijna drieduizend jaar heeft gekregen.
Dat is juist de kracht van een mythe. Een roman uit de negentiende eeuw blijft vaak verbonden aan zijn tijd. Een mythe blijft zich openen voor nieuwe generaties, omdat haar beelden rijk genoeg zijn om telkens opnieuw verstaan te worden.
Stefanie Hofmeester
Schrijf ons direct via WhatsApp
Praktijk
Rotterdam - Hillegersberg | Hoeksche Waard - Zuid Beijerland, Oud Beijerland | Hilversum | Online | Jouw locatie