De verliefde bruggenbouwer: talent of vermijding? 

Iedere verliefdheid begint met een brug.

Niet met de brug waarop twee mensen elkaar uiteindelijk ontmoeten maar met de brug die vaak al door één van beiden wordt gebouwd lang voordat de ander besloten heeft überhaupt de eerste stap te zetten. 

Misschien is dat wel één van de meest intrigerende paradoxen van de liefde: dat sommige mensen buitengewoon bedreven zijn in het creëren van mogelijkheden tot verbinding terwijl zij tegelijkertijd nauwelijks hebben geleerd hoe zij diezelfde verbinding werkelijk kunnen ontvangen.

Ik herken dat ook in mezelf: ik leerde al jong bruggen bouwen voor anderen én ik was gek op bruggenbouwers die mij een gevoel gaven van verbinding. Totdat ik me na vele malen koppie onder, realiseerde wat dit principe nu eigenlijk is. En ja, ik wist het al wel vanuit de theorie maar ik blééf het doen. Wellicht jij ook?

 
De held van het verhaal

Je herkent de bruggenbouwer vaak niet onmiddellijk. Integendeel. Hij of zij oogt emotioneel beschikbaar, opmerkzaam, nieuwsgierig, zorgzaam en oprecht geïnteresseerd. Er wordt geluisterd, afgestemd, ruimte gemaakt. De bruggenbouwer heeft vaak opmerkelijke kenmerken, afhankelijk van je voorkeur: sexy, sterk, gevoelig, avontuurlijk, intelligent, zorgzaam. 

Er lijkt een bijna vanzelfsprekend vermogen te bestaan om de ander zich veilig, lekker, welkom en gezien te laten voelen. Alsof er intuïtief wordt aangevoeld welke plank nog ontbreekt, welke kabel extra spanning nodig heeft en waar de reling iets steviger mag worden zodat de overtocht voor de ander gemakkelijker wordt.

 

Niet bewust

Dat alles hoeft geenszins bewust of berekenend te zijn. Sterker nog, meestal is het dat niet. De bruggenbouwer bouwt niet omdat hij wil manipuleren maar omdat bouwen ooit de meest logische manier is geworden om liefde, een relatie, seksualiteit en intimiteit nabij te brengen. Niet zelden is het een oude, diep ingesleten relationele intelligentie: als ik voldoende afstem, voldoende begrijp, voldoende draag, voldoende veiligheid creëer, dan zal de ander zich vrij voelen om naar mij toe te komen.

 

En opmerkelijk genoeg lukt dat vaak ook.

 

De eerste stappen

De ander voelt zich geraakt door zoveel aandacht en betrokkenheid, ervaart een zeldzame vorm van emotionele veiligheid en besluit de eerste stap te zetten. Daarna volgt nog een stap, en nog één, totdat de brug die aanvankelijk slechts een belofte was, langzaam verandert in een weg waarover werkelijk gelopen wordt. De verliefdheid verdiept zich, de eerste toekomstbeelden ontstaan en ergens halverwege lijkt de ontmoeting eindelijk binnen handbereik.

 

Juist daar gebeurt echter iets wat veel minder wordt besproken dan de verliefdheid zelf.

 

Focus op bouwen

Want zolang de brug nog in aanbouw is, blijft de aandacht vanzelfsprekend gericht op de ander. Wat heeft hij nodig? Hoe ervaart de ander dit? Voelt hij zich veilig? Is zij enthousiast? De bouw zelf geeft richting, betekenis en houvast. Er is steeds een volgende plank te leggen, een volgende overspanning te maken, een volgende manier te vinden om de afstand iets kleiner te maken.

 

Maar zodra de ander daadwerkelijk halverwege verschijnt, verandert de functie van de brug radicaal.

 

Vanaf dat moment is zij geen bouwproject meer.

 

Zij wordt een ontmoetingsplaats.

 

En precies daar begint voor veel bruggenbouwers de werkelijke spanning.

 
En nu?

Want nu verschuift de vraag ongemerkt van “Hoe krijg ik jou dichterbij?” naar “Wie ben jij eigenlijk, nu je werkelijk voor mij staat?” En misschien nog confronterender: “Wie ben ik zelf, nu ik niets meer hoef te bouwen?”

 

Misschien is dat wel de diepste betekenis van de verliefdheidsfase. Niet dat wij ontdekken wie de ander is, maar dat wij ontdekken welke delen van onszelf in de aanwezigheid van die ander wakker worden. 

Carl Jung

Vanuit de analytische psychologie van Carl Jung zou je kunnen zeggen dat de bruggenbouwer niet uitsluitend een brug naar een werkelijk bestaand mens bouwt, maar tegelijkertijd naar een innerlijk beeld dat al veel langer in de psyche aanwezig is. De ander wordt drager van verlangens, idealen en mogelijkheden die vaak ouder zijn dan de ontmoeting zelf. Wat wij verliefdheid noemen, is dan voor een belangrijk deel de ontmoeting met onze eigen projecties. Niet omdat de liefde daarmee minder echt wordt, maar omdat de psyche eerst ziet wat zij verlangt, voordat zij ziet wie de ander werkelijk is.

 

De hechtingstheorie beschrijft dezelfde beweging vanuit een ander perspectief. Waar Jung spreekt over projectie, spreekt de hechtingspsychologie over veiligheid. Wie in zijn vroege ontwikkeling heeft geleerd dat nabijheid kwetsbaar of onvoorspelbaar kan zijn, ontwikkelt vaak een verfijnd vermogen om relaties actief vorm te geven. De brug wordt dan niet alleen een romantisch gebaar, maar ook een subtiele poging de onzekerheid van afhankelijkheid te verminderen. Zolang ik bouw, hoef ik immers niet af te wachten. Zolang ik afstem, hoef ik de leegte van het niet-weten niet volledig te verdragen.

 

Polyvagaaltheorie

Vanuit de polyvagaaltheorie krijgt deze beweging opnieuw een verrassende betekenis. Ons zenuwstelsel zoekt voortdurend naar veiligheid en voorspelbaarheid. Actie geeft structuur aan spanning. Wie bouwt, blijft in beweging; wie in beweging blijft, hoeft minder stil te staan bij de kwetsbaarheid van het verlangen. De brug wordt daarmee niet alleen een verbinding tussen twee mensen, maar ook een biologische regulatiestrategie. Zonder het te beseffen organiseert de bruggenbouwer zijn eigen zenuwstelsel door bezig te blijven met de overkant.

 

Transactionele Analyse

Ook de transactionele analyse werpt een verhelderend licht op dit proces. Veel bruggenbouwers dragen ergens diep vanbinnen een oud besluit met zich mee: liefde ontstaat wanneer ik van betekenis ben. Niet zelden is de zorgzame, beschikbare of uitzonderlijk afgestemde volwassene ooit een kind geweest dat ontdekte dat verbondenheid veiliger werd wanneer het zich aanpaste, verantwoordelijkheid nam of haarfijn aanvoelde wat anderen nodig hadden. Dat vermogen kan uitgroeien tot een prachtige kwaliteit, maar wordt problematisch wanneer het de plaats inneemt van wederkerigheid. Dan ontstaat een relatie waarin iemand buitengewoon goed weet hoe hij de ander kan ontvangen, terwijl hij nauwelijks nog weet hoe hij zichzelf werkelijk kan laten ontmoeten.

 

En misschien raakt dat wel aan de kern van de brugmetafoor.

 

Misschien wordt de brug niet in de eerste plaats gebouwd om de ander te bereiken.

 

Misschien wordt zij gebouwd om de onzekerheid van de ontmoeting nog even uit te stellen.

 

Wat als de brug angst oproept? 

Want zolang de brug nog niet af is hoeft de bruggenbouwer zichzelf niet af te vragen wat hij eigenlijk verlangt. Hij hoeft nog niet werkelijk te onderzoeken of deze mens tegenover hem past bij zijn leven, zijn waarden, zijn verlangens of zijn toekomst. Het project van de verliefdheid is dan veiliger dan de werkelijkheid van de relatie.

 

Juist daarom zie je soms iets merkwaardigs gebeuren.

 

De ander loopt vol vertrouwen de brug op. Niet omdat hij misleid is, maar omdat hij oprecht heeft ervaren dat hij welkom was. Hij heeft de veiligheid gevoeld, de aandacht ontvangen en de uitnodiging geloofd. Hij verwacht: we ontmoeten elkaar straks in het midden. .

 

Maar wanneer dat moment werkelijk aanbreekt, schrikt de bruggenbouwer soms juist van degene op wie hij zo lang heeft gewacht.

 

Niet omdat de ander veranderd is.

 

Maar omdat de ontmoeting iets vraagt waarvoor de bouwer nooit heeft kunnen oefenen.

 

Werkelijke hechting en intimiteit

Werkelijke intimiteit vraagt immers niet dat wij indrukwekkende bruggen bouwen maar dat wij zichtbaar worden op de brug die we zelf hebben gemaakt. Zonder gereedschap. Zonder bouwtekening. Zonder de veiligheid van een volgend project. Ineens gaat het niet meer over hoe beschikbaar, sexy, avontuurlijk, liefdevol, aantrekkelijk, intelligent of emotioneel ontwikkeld wij kunnen zijn. Ineens gaat het over de veel stillere vragen die daaronder verscholen liggen: durf ik mij werkelijk te laten kennen? Kan ik ontvangen wat ik zo lang heb geprobeerd te geven? Kan ik verdragen dat iemand mij liefheeft zonder dat ik die liefde eerst hoef te verdienen? Kan ik ook ontmoeten zonder succescol, avontuurlijk of sexy te zijn? 


Vermijden van angst en schaamte 

Soms draait de bruggenbouwer zich op dat moment om en rent terug naar de oever waar hij vandaan kwam. En wanneer de ander hem achternagaat, lijkt de verbinding nog even in stand te blijven. Wanneer de ander teleurgesteld terugloopt, kan de afstand paradoxaal genoeg opnieuw vertrouwd voelen. Niet zelden ontstaat dan de neiging om weer te gaan bouwen: nóg een brug, nóg zorgvuldiger ontworpen, nóg steviger. In het bouwen, weglopen en achterna lopen vermijden we, hoe gek dat ook klinkt, gevoelens van bijvoorbeeld angst en schaamte. 


Bouwen vs oversteken

Wij denken vaak dat relaties mislukken omdat mensen geen brug weten te bouwen.

In de praktijk blijken veel relaties juist vast te lopen omdat één van beiden zo uitzonderlijk goed kan bouwen dat hij nooit heeft hoeven leren hoe hij de brug zelf moet oversteken.

Misschien is volwassen liefde daarom veel minder een kwestie van architectuur dan van moed.

De moed om halverwege stil te blijven staan wanneer de ander je tegemoetkomt.

De moed om niet langer indruk te maken, maar aanwezig te zijn.

De moed om niet alleen te vragen of de ander voor jou kiest, maar ook of jij, zonder projectie, zonder oude scripts en zonder de bescherming van het bouwen, werkelijk voor deze mens kiest.

Want uiteindelijk is een brug nooit bedoeld geweest om iemand naar jouw oever te lokken.

Zij is gebouwd opdat twee mensen, ieder vanaf hun eigen kant, bereid zijn hetzelfde risico te nemen: elkaar werkelijk te ontmoeten.

Neem direct contact op met Stefanie Hofmeester

Schrijf ons direct via WhatsApp

Chatten via WhatsApp

Stefanie Hofmeester

PRAKTIJK:
HOEKSCHE WAARD - OUD BEIJERLAND & ZUID BEIJERLAND
ROTTERDAM - HILLEGERSBERG
HILVERSUM
LOCATIE

Contact: 0615052574
Mail: [email protected]