Waarom zij valt voor jouw potentie in plaats van wie je echt bent 

Binnen de analytische psychologie van Carl Gustav Jung wordt beschreven hoe wij vrouwen in de verliefdheidsfase onze innerlijke tegenpool projecteren op de man. De vrouw projecteert haar animus ‘het innerlijk mannelijke beeld’ op de man (en hij de anima op haar). Ze wordt dan niet alleen verliefd op wie hij is, maar vooral op wat zij in hem ervaart als de potentie die hij heeft. Ze ervaart in de beginfase jou dus werkelijk als het Godsgeschenk waarop ze altijd al wachtte. En natuurlijk ben je daar gevoelig voor!

Dat is geen naïviteit maar een mechanisme waarin projectie, verstrikking en de waarheid door elkaar heen lopen. 

De animus bevat namelijk


  • haar innerlijke logos: richting, kracht en geestelijke helderheid
  • haar eigen opgeleefde daadkracht en reikwijdte

 
En vanuit haar vrouwelijke energie, de anima, roept haar verlangen naar bescherming, bedding en inspiratie. Een diepe roep om een krachtige man die als het ware in haar hart wil aankomen. Het is een oerroep, echter vaak vermengt met niet geintegreerde pijn.  

Wanneer zij een man ontmoet op wie deze innerlijke figuur kan “landen”, ervaart zij iets overweldigends in haar hele wezen: “Hij is het.”

Maar wat ze ziet is een mengvorm van jouw werkelijke potentie, haar eigen innerlijke beeld en haar onvervulde kinderlijke verlangens.

 

Ik herken dat uiteraard ook in mezelf op de momenten dat ik iets zag in een man wat veel groter is dan hij zelf leek te beseffen. Een vrouw kan namelijk door een man in de hemel terecht komen en ziet daarmee zijn potentie.

Daarmee kwam ik natuurlijk ook een soort innerlijke verticaliteit tegen: een ervaring waarin ik het niet meer zelf hoefde te weten maar kon rusten. 

Vanuit de relatiepsychologie weet ik wat er gebeurt. Jung zou zeggen: mijn animus projecteert zich. Mijn innerlijke mannelijke principe herkent een enorme kracht en mijn anima roept hem met mij te versmelten. Mijn systeem denkt: daar is een man die mijn liefde kan spiegelen en daarmee de hemel ervaarbaar maakt. 

Vanuit de neurobiologie weet ik ook wat er gebeurt: dopamine stijgt, focus vernauwt en de betekenis van het moment of de relatie explodeert. Helen Fisher beschreef hoe verliefdheid het beloningssysteem activeert alsof we een verslaving ontwikkelen aan deze geliefde.

 

Maar kennis beschermt je nooit tegen beleving en een man staat soms in de hitte van haar verlangen. 

Als een vrouw zo reageert op een man kan het twee kanten opgaan: óf hij is zich bewust van zijn eigen potentie én van haar projecties (en daarmee veelal ook andersom) óf hij komt door haar blik in de extase terecht waar hij zelf naar verlangde en maakt haar daarbij de bron van dat gevoel. 

Natuurlijk is in verliefdheid het laatste vaak het geval: we denken dan werkelijk dat we de ware zijn tegengekomen. 

 

De verschillen klinken ongeveer zo:

 

Optie 1: hij is zich bewust van zijn eigen vermogen én van zijn eigen feilbaarheid:

Zij: “Zie je wel wat je bent?”

Hij lacht: “Ik doe ook maar wat. Laten we elkaar eerst leren kennen.”

 

Optie 2: Beiden zijn zich niet bewust van de projecties die meedoen:

Zij: “Zie je wel wat je bent?” 

Hij: “Nou, dat valt wel mee hoor.” 

Zij: “Ja echt, je hebt geen idee hoe bijzonder dat is.”

Hij: “Ik voel me zó door jou gezien en aangeraakt, wat ben je ongelofelijk gevoelig.” 

 

In het eerste voorbeeld blijft de man gegrond en aanwezig in de werkelijkheid en neemt het voortouw in het stap voor stap elkaar leren kennen. 

Want natuurlijk kan het zo zijn dat er op bepaalde lagen van de ontmoeting diepe herkenning is en er heerlijke en complementaire genoegens zijn. Maar past het ook werkelijk in het dagelijks leven in bijvoorbeeld levenshouding, waarden, toekomstvisie, emotionele-, seksuele-, financiële-, en praktische behoeften? Kun je gezond ruzie maken en liefdevol herstellen? Leef je in een soortgelijke film? Heb je gelijkende spirituele routes? Deze vragen leren beantwoorden kost tijd en verdieping.

En in het tweede voorbeeld? De man voelt zich gezien. Geëerd bijna. Er is weinig zo voedend als door een vrouw die je begeert, herkend worden in je grootsheid. Dat raakt iets diep mannelijks. Dankbaarheid. Expansie. Het verlangen om te worden wat ze in je ziet. Daarmee is zij overigens ook iets geworden: een vrouw die jou doet groeien, verzachten en jij die haar bedding geeft. Het geeft je een vrouw die jou adoreert en je liefheeft tot in de uiterste hoeken van je zijn. 

Dat is voor jou bijzonder fijn maar voor haar ook. Het geeft haar een plek waar ze zich gezien en geliefd weet om wat ze te bieden heeft. 

Vaak gaat deze fase ook gepaard met intense gevoelens van lust..


Het is prachtig én het is gevaarlijk.


Wanneer de chemie zakt

Na een tijdje verandert er namelijk altijd iets. De roes zakt wanneer het lichaam kalmeert. Het systeem normaliseert. Na gemiddeld 6 maanden tot 2 jaar verandert de chemie en zakt het dopamine niveau en beginnen projecties los te laten.

 

En dan komt het moment dat iedereen kent maar niemand wil:


“Wacht eens… jij was toch heel anders… Wat is er in hemelsnaam gebeurd?!” 


“Dat wat ik dacht dat jij was… dat ben je niet.”

 

Dit is geen mislukking maar het einde van projectie.


Zij zag namelijk zijn potentie maar ook haar eigen innerlijke beeld. Hij kon zijn eigen potentie ervaren maar alleen als zij daarin consequent hem bleef adoreren zonder hem aan te spreken op zijn mens-zijn. 


Nu blijkt hij minder coherent dan ze dacht. Minder emotioneel ontwikkelt of beschikbaar. Minder spiritueel geïntegreerd. Minder stabiel misschien. Of gewoon anders.


Hij ervaart dat ze hem minder bewonderd. Dat ze iets van hem vraagt dat hij niet begrijpt en ervaart als aanval. Hij ervaart dat ze minder liefdevol of misschien ronduit kil of afhankelijk is. Of dat hij, nu ze eenmaal samenwonen of kinderen hebben, meer ruimte wil voor zichzelf en minder haar bedding wil zijn. 


Uit de hemel gevallen

In de objectrelatietheorie van Melanie Klein wordt dit gezien als een noodzakelijke ontwikkeling: van idealisatie naar integratie. De ander is geen droomfiguur meer maar een ambivalent mens met lichte en donkere kanten. 

En aangezien bijna niemand van ouders of opleiders leerde hoe je met je mens-zijn in relaties omgaat, is dit vaak het punt waarop stellen tegenover elkaar komen te staan:

 

“Je bent veranderd.”

“Nee, jij zag iets wat er niet was.”

“Maar ik zag het echt.”

“Misschien… maar ik kan het niet altijd zijn.”

 

Daar zit de kern.

Het vraagt aan ons de ander te zien voor de potentie én voor wie de ander ook is: een feilbaar en gelijkwaardig mens. Voor vrouwen specifiek: het vraagt je hem als toegangspoort tot grote hoogten te zien én de man in ontwikkeling die hij is.  

Jij bent net als ik zoekende en in ontwikkeling

Het beeld dat mij inviel over de man als toegangspoort was van een groot rendier met een gewei tot in de hemel en een portaal naar de bron van ons bestaan tussen zijn ogen. Ultiem krachtig maar niet houdbaar in het dagelijkse leven want geen enkel mens heeft naar mijn weten een volledig geintegreerde Animus en Anima.    
Niet veel later kwam het beeld op van  hetzelfde rendier maar dan als jonkie met vragende en zoekende ogen en een zachte neus. Kwetsbaar. Ook van mijn zachtheid en ontvankelijkheid afhankelijk om samen te vallen met wat hij in wezen al was maar nog niet belichaamde. 

Kon ik beide beelden tegelijk in mijn hart houden? Kon ik met hen beide communiceren en zijn op hetzelfde moment? 

Die vraag stelt niet alleen mij maar alle vrouwen de vraag over wat we werkelijk zoeken in een liefdesrelatie. Dat vraagt van vrouwen om uit de illusie te komen en zelf volwassen te worden. Om de spiegels van kracht en kwetsbaarheid zelf te integreren. 

Dan pas kunnen we een man leren zien voor het grote en het kleine. En als we hem dan roepen, dan roepen we hem vanuit liefde. Niet omdat we hem nodig hebben om gelukkig te zijn maar omdat liefde zich verdiept wanneer het gelijkwaardige kracht ontmoet. 

 

Liefde, in haar volwassen vorm, werkt als een ontkrampende kracht. Ze nodigt je uit tot aanwezigheid, tot het toelaten van kwetsbaarheid, tot het openen van wat zich in het lichaam heeft vastgezet. Zo lijkt het erop dat de liefde steeds meer poorten ontsluit. 

 

Het lichaam liegt niet

In mijn werk in het begeleiden van partners en boardrooms en in mijn leven in de diepte en breedte heb ik veel te danken aan Piet Weisfelt. Van hem leerde ik het lichaam eren als plek van grote schoonheid, waarin overlevingsstrategieën zich hebben vastgezet in spanningen. Door die spanningen, veelal opgelopen in onze geschiedenis, is de liefde en de werkelijkheid minder ervaarbaar. Als die spanningen zich langzaam verzachten of overgeven, vaak via de therapeutische relatie en interventie, komt er meer en meer ruimte om in de realiteit en diens mogelijkheden te zijn. 

Dat zorgt iedere keer weer op een laag dieper tot het ontsluiten van je eigen potentie. 


Veel oude tradities leggen hier de nadruk op. Zo ook de Daoïstische die in de Tao Te Ching van Laozi spreekt over zachtheid als kracht. Over het lichaam als stromend veld waarin geest en materie één zijn. Wanneer het lichaam verhardt, vernauwt het bewustzijn. Wanneer het verzacht, opent waarneming zich. 

Dirkje Veldman, geliefde en professioneel tegenwicht van Piet, brengt me via deze traditie en de fysieke oefeningen meer en meer in de ervaring van dit principe. 


Verwarring en analyse als verkramping 

Ik herken de vernauwingen in mijn lijf steeds dieper, zeker wanneer de liefde om aandacht vraagt. 
Wanneer er spanning in een relatie ontstaat voel ik het direct in mijn lijf. Mijn middenrif trekt samen. Mijn kaken spannen aan. Mijn buik is leeg of zelfs ‘niet bestaand’. 

Ik woon dan in mijn hoofd en analyseer: “Hoe zit het? Wat is hier nodig” “Wat kan ik doen om het op te lossen?” Dat brein heeft overigens vaak oplossingen die weliswaar even opluchting geven maar geen werkelijke houdbaarheid hebben of de echte liefde laten stromen. 

En precies daar verlies ik, maar jij vast ook, de liefdeshemel die we zo graag willen.

 

Neurowetenschap en de liefde 

Die liefdeshemel is wellicht dan toch minder poëzie maar meer neurowetenschap.

Neurowetenschapper Antonio Damasio laat bijvoorbeeld zien dat bewustzijn voortdurend ontstaat in wisselwerking met lichamelijke toestanden. Psychiater Iain McGilchrist beschrijft hoe de rechterhersenhelft, die context, relatie en belichaamde ervaring waarneemt, in balans moet zijn met de analytische linkerhelft. 

Voorbeeld:
Wanneer we alleen in de verheerlijking en aanbidding van de ander schieten zoals in verliefdheid, ontstaat een toestand van (lichte) psychose. Wanneer we in de analyse schieten over wat we voelen, verliezen we de waarachtige verbinding omdat ons hart en lijf sluiten.

Anders gezegd: mentale kramp zet zich vast in ons lijf en kramp in ons lijf veroorzaakt splitsing in ons brein. 

Dit principe van vernauwing, dat we door het werk van bijvoorbeeld Bessel van de Kolk en Gabor Mate ook breder in de maatschappij leren zien, sluit de toegang tot de liefde en de werkelijkheid af. 

Sommige patronen van sluiten of kramp dragen we overigens al bij ons sinds onze geboorte, vaak zonder dat we het weten. Juist de bewustwording van deze vernauwingen is van belang wanneer je werkelijk de liefdeshemel op aarde wilt ervaren.

Want als het lijf vernauwd, als de twee hersenhelften niet met elkaar in verbinding staan, ontstaat er splitsing in jezelf, splits je af van de werkelijkheid en daarmee van de ander. Dat kan een geliefde zijn maar ook een team, de buurman, een land of cultuur en zelfs het leven als zodanig. 

Denk bijvoorbeeld aan intelligente leiders, bestuurders, politici, hoogleraren en ouders. Hoeveel van hen ken jij en ervaar je werkelijk als liefdevol, warm en verbonden met zichzelf en de mensen om hen heen? 


Relatiewerk als hefboom

God weet in ieder geval hoezeer die splitsing steeds dieper te helen is in mijzelf en als ik om mij heen kijk; steeds meer mensen ervaren het verlangen naar heelheid. 

Niet om de pijn van menszijn te vermijden maar om juist het menszijn dieper te ervaren. 


Natuurlijk is de liefdesrelatie daarin vaak een grote hefboom: de urgentie die het (dreigende) verlies van de liefdeshemel meebrengt, zet ons in eerste instantie vaak aan tot het op zoek gaan naar antwoorden.

Dit betekent overigens niet dat je per definitie de potentie van de ander in de relatie kan laten ontvouwen. Sommige relaties zijn voor een periode in ons leven en verdwijnen weer. 

Dit betekent niet dat de relatie slecht was maar dat er een nieuwe horizon is verschenen. Het betekent evenmin dat je een relatie gelijk moet opbreken wanneer zich een obstakel aandient. 

Het betekent simpelweg dat geliefden een relatief gelijkend verlangen richting hetzelfde doel dienen te hebben om als een liefdesteam te kunnen samenwerken. Soms kan dit ontstaan tijdens de relatie, soms ook niet. Zoek hulp of ondersteuning bij iemand die je vertrouwd wanneer je vastloopt of het niet meer weet. Want echt, niemand van ons leerde relatiekunde van huis uit en de liefde nodigt je wel uit je in haar te verdiepen.

 

Liefde in mystieke tradities

Wanneer een vrouw de potentie van een man ziet en deze niet langer vermengt met haar oude gemis, kan zijn wezen daadwerkelijk een poort worden omdat de ontmoeting haar eigen bewustzijn opent. In verschillende mystieke tradities wordt de vereniging van mannelijke en vrouwelijke principes gezien als beeld van eenheid met de bron. Dat verwijst naar een innerlijke integratie die zich in de relationele ruimte kan voltrekken. 

De man kan voor de vrouw dus wel degelijk een richtinggevende kracht belichamen; de vrouw kan voor de man een veld van bezieling en incarnatie openen waardoor hij dieper het leven kan leven. Wanneer beiden hun innerlijke werk doen, ontstaat een wisselwerking waarin bewustzijn zich verdiept. Niet als doel maar als gevolg van hun liefde. 

 

De ontspanning die wij in onszelf durven toelaten, vergroot onze capaciteit om liefde te ervaren zonder eraan te bezwijken. Zo wordt de relatie geen projectieveld en ook geen therapeutisch project maar een levende ruimte waarin oude patronen zichtbaar worden en nieuwe vormen van aanwezigheid kunnen ontstaan.

In die zin is de hemel waar oude teksten over spreken geen andere plaats dan de aarde. Zij wordt toegankelijk wanneer ziel, geest en lichaam, linker- en rechterhemisfeer, mannelijke en vrouwelijke principes in voldoende samenhang functioneren. Dat vraagt geen vlucht uit de wereld maar een diepere belichaming ervan. 

Liefde als de poort zelf

Liefde wijst de weg, niet als romantische roes, maar als volwassen kracht die ons uitnodigt onze verkramping te herkennen, te dragen en waar mogelijk te verzachten. 

 

In dat proces wordt zichtbaar dat zowel de kramp als de potentie die wij in de ander zien altijd ook een reflectie is van iets dat in onszelf gewekt en geïntegreerd wil worden.

 

Dat is wat de liefde me steeds dieper leert: een dagelijks oefenen in mens zijn. Waarbij alles wat ik in de ander zie me vraagt naar binnen te gaan om te ontdoen van projecties en verwarring zodat de liefde nog vrijer kan stromen. Zodat ik steeds meer het potentieel van de werkelijkheid ervaar. 

 

En jij? Hoe ervaar jij de potentie van de liefdeshemel in je relatie?
 

Inzicht in relatie-uitdagingen

Relaties vragen om aandacht en begrip, vooral bij complexe patronen en veranderingen in verbinding. Stefanie helpt partners en individuen de liefde te herstellen en verdiepen.

Neem vrijblijvend contact op met Stefanie Hofmeester

LOCATIE: ROTTERDAM | HOEKSCHE WAARD | HILVERSUM | JOUW LOCATIE | ONLINE

T: 0615052574
E. [email protected]

Schrijf ons direct via WhatsApp

Chatten via WhatsApp