De parallel tussen welvaart en een afhankelijkheidsrelatie. 


* Persoonlijke reflectie n.a.v dag van de arbeid 


Terwijl ik de eerste letters tik, voel ik wat tranen in mijn hart


Vandaag, 1 mei en dag van de arbeid, was een volle dag in de praktijk. Maar anders dan anders hadden alle koppels een gemene deler: het waren allemaal mensen die bereid waren om hun diepste angsten onder ogen te zien. Niet omdat het moest, maar omdat de liefde voor de ander groter bleek dan de drang om zichzelf te beschermen. 

Dat is een vorm van diepe liefde aan jezelf en de ander: het geschenk van innerlijk werk.  Diep kostbaar en bijna revolutionair.

Want wat ik minstens zo vaak zie, is iets anders. Subtieler. Sluipender. Dynamieken waarin de één meer weet dan de ander. Waarin waarheid wordt ingehouden, soms zorgvuldig, soms bijna achteloos, maar altijd met enorme gevolgen. Waarin de realiteit vervormt en waardoor de ander begint te twijfelen aan zijn of haar eigen gevoel, eigen waarneming. Het verlamt en vermorzelt de volwassen liefde compleet. Zelfs als mensen bij elkaar blijven.

 

Het hangt tussen dwingende controle en een afhankelijkheidsrelatie.

 

Niet als iets groots en zichtbaar maar als een langzaam verschuiven van wat waarheid is. Het meest schrijnende vind ik misschien nog wel de partner die het werkelijk niet ziet: die blijft strijden voor de liefde. Die voelt dat er iets niet klopt maar geen toegang krijgt tot wat er speelt  omdat de ander -vaak uit angst, soms uit eigenbelang - vooral probeert te behouden wat er is: macht, controle, comfort, het voorkomen van verlies van de relatie. En degene die blijft strijden? Die overtuigt zichzelf ervan dat er wél liefde is. Dat er wél vervulling is.


En terwijl ik daar vandaag genoot van de mensen die zo voluit ja zeiden tegen de liefde, voelde ik: dit gaat niet alleen over die relatie.

 

Dit is een spiegel voor mij omdat ik besef dat ik geen buitenstaander ben van wat ik beschrijf. Ik ben onderdeel van hetzelfde veld van afhankelijkheid. Ik adem het in, ik beweeg erin mee, ik word erdoor gevormd. Het schuurt steeds meer maar ik druk het vaak weg naar de achtergrond want onhandig en tijdrovend om het aan te kijken.

 

Want wat zich tussen partners afspeelt waarin één de macht heeft, zie ik -en je herkent het vast- ook terug op grotere schaal. In organisaties waarin ik werkte aan grote verander opgaven. In systemen die ogenschijnlijk draaien op visie en vooruitgang maar waarin ook veel onbewuste dynamiek leeft. Het is het politieke landschap waar waarheid niet altijd of vaak niet gedeeld wordt. Waar macht subtiel wordt vastgehouden. Waar controle vaak belangrijker is dan verbinding.

 

En als ik nog verder uitzoom, zie ik iets wat me misschien nog wel meer raakt: onze economie als geheel. Onze manier van leven die welvaart heet maar die voor steeds meer mensen voelt als overleven.

 

De dag van de arbeid

Soms vergelijk ik het met mijn werk als relatietherapeut: het lijkt alsof we collectief in een soortgelijke dynamiek zitten als de koppels waarin dwingende controle of een afhankelijkheidsrelatie  speelt. Alsof we, als samenleving, ook een werkelijkheid niet volledig onder ogen zien. Alsof we - zoals die metafoor van de kikker in langzaam opwarmend water - niet doorhebben hoever we zijn meegegaan in een systeem dat ons langzaam heeft gevormd en begrensd door het wegsnijden van de échte verbinding. Want zodra macht een instrument is om controle toe te passen, is de verbinding per definitie weg.

En net als bij een koppel noem je het dan een afhankelijkheidsrelatie: één partner voelt zich niet bij machte te vertrekken. Afhankelijk. Deze past zich dan vaak aan de eisen van de machthebber aan.. Raakt gewend aan de controle en wil geloven dat het liefde is. 

 

Maar zolang je denkt dat er wél liefde is, zolang je denkt dat de ander wél jouw belang voor ogen heeft, hoef je niet te dealen met de consequenties van de eenzaamheid of overbelasting die je voelt. En zo doen we het dus ook met ons systeem. We noemen het welvaart. Vooruitgang. Succes.


Maar ergens is er ook een vorm van slaafsheid ingeslopen. Niet alleen opgelegd van buitenaf, maar van binnenuit gedragen. Alsof we buigen voor iets wat we zelf mede in stand houden.

 

Ik voel het in mezelf.

In de kleine keuzes. De nieuwe schoenen die ik koop. Niet alleen omdat ik ze mooi vind, maar ook omdat het iets zegt over bij welke groep ik hoor. Terwijl ik eigenlijk op blote voeten over het strand wil lopen. Ik voel het door het keukenkastje dat vol schoonmaakmiddelen staat terwijl mijn hart zeer doet van alle schade die we als mensen met chemische middelen aanrichten. Van de hoeveelheid uren die ik moet werken, ten koste van veel, om de hypotheek van een huis te betalen terwijl ik eigenlijk van een moestuin en een vuurtje wil leven. 

 
Dezelfde geluiden hoor ik onder steeds meer vrienden, bekenden en klanten. 

En ondertussen werken we. Hard. Met oprechte intentie vaak. Om te zorgen, om te bouwen, om een goed leven te creëren. Maar steeds vaker vraag ik me af: werken we nog om te leven? Of werken we om niet te hoeven voelen wat eronder ligt?

Want onder veel van wat ik zie, in relaties, in systemen, in mezelf, ligt iets lichamelijks. Een zenuwstelsel dat probeert veilig te blijven. Dat controle zoekt als het spanning voelt. Dat zich aanpast, vermijdt, of juist gaat overpresteren. We denken vaak dat we rationele keuzes maken, maar zo vaak is het ons zenuwstelsel dat ons stuurt. Schaamte. Het diepe verlangen om erbij te horen. Diepe angst het bekende kwijt te raken. Niet weten 'hoe anders'. 

Ik heb mijn mond vol over die liefde maar ik ga met de natuur om alsof het mijn eigendom is. Ik sus mezelf met gedachten over 'het is nu eenmaal wat het is'. Dat heet in de partnerrelatie iets als manipulatie: de weigering eigenaarschap te nemen over je eigen moreel kompas en de keuzen die je dan te maken hebt. Hetzelfde doe ik met mezelf: ik doe mezelf dingen aan alsof het 'moet', simpelweg omdat ik de angst eronder nog niet heb aangekeken. 

En ondertussen rennen we, ren ik, door en verliezen we momentum op de vraag: is dit leven nog waar voor mij? We zijn onze volgende vakantie alweer aan het samenstellen en genieten van het vooruitzicht. 

Daar is niets mis mee als het werkelijk bewust gekozen is tegen het licht van je eigen horizon en met je harte-kompas in je hand.

 

Maar meestal verliezen we precies daar onze autonomie.

Want echte autonomie is niet doen wat je altijd hebt gedaan. Het is niet wegkijken omdat je bang bent. Het is ook niet: losstaan van anderen of de barricade op met spandoeken. Het is in verbinding blijven met wat waar is in mij, ook als dat schuurt met wat van buiten verwacht wordt. Ook als dat onzeker maakt. 

En echte verbinding? Die ontstaat niet in een systeem van constante prestatie waarvan je op vakantie moet. Verbinding met jezelf, je lief, je gezin en arbeid vraagt aanwezigheid. Tijd voor rust, contemplatie, vertraging. Waarheid. Liefde. Aandacht. Een bereidheid om geraakt te worden in angst, schaamte en verdriet zonder meteen te controleren. Dat is gelijkwaardigheid. Dáár creëer je een gezamenlijke strategie. In de romantische liefde en in je tribe. 

 

En daar ligt steeds weer diezelfde keuze.

 

Liefde of controle. Waarheid of behoud. Leven of angst.

 

Ik zie hoe we onze kinderen opvoeden in ditzelfde spanningsveld. Met liefde, absoluut. Met de wens dat ze het goed hebben. Maar ook met een onderstroom van angst. Dat ze niet achterblijven. Dat ze moeten meekomen. Dat ze moeten presteren.

We zien kinderen, tieners en adolescenten die overvraagd zijn. Niet omdat ze niet willen, maar omdat hun systeem overloopt. Of juist die excelleren, maar soms tegen een prijs die we pas later begrijpen.

Ik zie jonge moeders die hun verlangens overschreeuwen waardoor baby's verhongeren aan bedding, mannen die zich noodgedwongen groot of juist klein maken. Relaties die klappen omdat niemand ooit leerde hoe liefde werkt. Overal waar je kijkt zijn mensen die zover van hun innerlijk kompas vandaan zijn omwille van wat het systeem van hen verwacht, dat ze er ziek van worden. 

 

En ondertussen bouwen we hulpstructuren. Coaching, begeleiding, therapie. Een stukgeslagen jeugdzorg, GGZ, UWV, overbevolking in gevangenissen en diep vereenzaamde ouderen. Een wereld waarin ter discussie staat of we écht bewuster moeten worden of dat we misschien gewoon meer elektrische auto’s nodig hebben. 

Alsof we proberen te repareren wat misschien in de basis anders georganiseerd zou mogen worden.

 

Ik schrijf het en ik voel mijn eigen twijfel.

Over mijn pad. Over mijn bijdrage. Over hoe ik leef binnen een systeem dat ik tegelijkertijd diep bevraag.

 

Er zijn momenten dat ik denk: als ik echt zou luisteren naar wat in mij leeft… dan pak ik mijn tas. Dan ga ik. Een eenvoudiger leven. Een plek waar welvaart weer direct verbonden is met universele levensprincipes zoals verbinding, zorg voor elkaar, niet meer nemen dan je nodig hebt, liefde. 
 
Waar ik met mijn handen iets doe wat ertoe doet zonder dat ik boven mijn kracht hoef te gaan. Waar gemeenschap en zorg voor elkaar en de aarde geen agendapunten zijn maar een vanzelfsprekendheid. Waar ik in de aarde kan rommelen en sperziebonen verbouw.

Op die plek betekent arbeid ‘leven in harmonie in en met de natuur’. Want die natuur dat zijn we, we zijn het alleen een beetje vergeten. 

En tegelijk weet ik: ook dat verlangen vraagt onderzoek. Want vluchten van de pijn is iets anders dan loslaten van wat niet langer dient.

 

Misschien gaat het daar wel over.

Dat we de moed ontwikkelen om te zien wat er is. In onze relaties. In ons werk. In onze systemen. In onszelf. Waarin zijn we niet autonoom maar afhankelijk en ontkennen we dat?

Dat we, zoals de koppels die ik vandaag zag, bereid zijn om de werkelijkheid onder ogen te zien. Ook als die ongemakkelijk is. Juist dan.

Misschien is dat de werkelijke arbeid van deze tijd: zoveel liefde vrijmaken dat het de angsten transformeert totdat we uitkomen bij die zijnskwaliteiten.

 

Arbeid, niet om te bouwen, verdienen, produceren maar om innerlijk werk te verrichten. Onze eigen schaduw ontmoeten. Zien waar we vasthouden uit angst. Waar we volgen in plaats van kiezen. Waar we controle verkiezen boven liefde. En alleen vanuit liefde kun je een gezamenlijke strategie creëren.

 

En misschien… heel misschien…

 

Kan de dag van de arbeid weer iets anders worden.

Een dag waarop we niet alleen vieren wat we doen, maar ook voelen waarom we het doen.

Een dag waarop arbeid weer verbonden raakt met de betekenis van menszijn. Met de aarde. Met elkaar. 

Verbonden met de wetenschap dat zonder werkelijke verbinding in een tribe, we onze autonomie verliezen aan de welvaart. Arbeid omwille van succes.

Ik weet niet zeker wat het leven ten diepste aan me vraagt maar ik voel steeds duidelijker dat ik het niet meer niet wil weten.

 

En misschien begint daar wel iets nieuws. Een nieuwe reis. Zonder nog te weten waar ik heen vaar, de bereidheid hebben om los te laten wat niet langer waar is. Loslaten van de wal zonder nieuwe kust in zicht.

 

Het is volle maan vandaag. Ik heb er geen verstand van maar ik begrijp dat het een moment van loslaten en transitie is. Ik ga een vuurtje stoken met het brandhout van oude angst en de dag van de arbeid vieren zoals ik hem verlang: Maatschappij Wij op de plek waar mijn hart wil zijn. 

Alsof het al zover is dat ik het proeven kan. 


Stefanie Hofmeester

Schrijf ons direct via WhatsApp

Chatten via WhatsApp

Stefanie Hofmeester